| |
The
Integrated Art Collection
De toekomstige rol van de kunstcollectie in het communicatieve
beleid
Symposiumverslag
Paul Mertz
Communicatieadviseur
Paul
Mertz, werkte ruim 23 jaar bij het Amsterdamse reclamebureau Prad. Hij
adviseerde een groot aantal gerenommeerde bedrijven waaronder ABN, de
Bijenkorf, IBM en Unilever. In 1984 nam hij afscheid als voorzitter van
de directie van Prad en werd zelfstandig communicatieadviseur. Tot zijn
cliënten behoren onder andere de Nederlandse Gasunie, het Noorder
Dierenpark, de VNU, Theodoor Gilissen Bankiers, het Designer Weekend en
het Mauritshuis. Voor het Mauritshuis en de Rabobank maakte hij de succesvolle
Johannes Vermeer-campagne. Paul Mertz is tevens als bestuurslid verbonden
aan de Academie Industriële Vormgeving Eindhoven, de Amsterdamse
Hogeschool voor de Kunsten en het Nederlands Vormgevingsinstituut.
Paul
Mertz, werkte ruim 23 jaar bij het Amsterdamse reclamebureau Prad. Hij
adviseerde een groot aantal gerenommeerde bedrijven waaronder ABN, de
Bijenkorf, IBM en Unilever. In 1984 nam hij afscheid als voorzitter van
de directie van Prad en werd zelfstandig communicatieadviseur. Tot zijn
cliënten behoren onder andere de Nederlandse Gasunie, het Noorder
Dierenpark, de VNU, Theodoor Gilissen Bankiers, het Designer Weekend en
het Mauritshuis. Voor het Mauritshuis en de Rabobank maakte hij de succesvolle
Johannes Vermeer-campagne. Paul Mertz is tevens als bestuurslid verbonden
aan de Academie Industriële Vormgeving Eindhoven, de Amsterdamse
Hogeschool voor de Kunsten en het Nederlands Vormgevingsinstituut.
Uit
de lezingen van de sprekers worden twee lijnen zichtbaar. Eén belangrijk
punt is de collectie en de vraag waarom die is gevormd en wat er mee gebeurt.
De opbouw van een collectie is vaak begonnen uit het plezier van één
iemand, ze is voortgezet en mocht blijven. De oorspronkelijke bedoeling
was mensen imponeren, met name bij banken, en het scheppen van een plezierige
werkomgeving. De vraag is hier of de komende jaren nog nieuwe motieven
zullen arriveren. Een tweede punt is de kwestie van integratie van de
kunstcollectie. Integratie is een steeds belangrijker rol gaan spelen
in het verzamelbeleid van bedrijven. Integratie is een woord dat in 1984
is opgekomen in de reclame: de term geïntegreerde communicatie kwam
toen op. Geïntegreerde communicatie betekent het afwegen van bepaalde
uitingen ten opzichte van elkaar in een zekere mate van objectiviteit
en deze vervolgens afstemmen zodat een bedrijf of instelling met één
gezicht naar buiten treedt, hoe veelmondig het ook is. Vandaag gaat het
over de integratie van de collectie in het communicatiebeleid. Er is gesproken
over het gebruik van de collectie voor pr doeleinden zoals ontvangsten
van relaties of anderszins geïnteresseerden door Rosemary Harris,
en het houden van tentoonstellingen van delen van de collectie elders
in musea of in het eigen museum door María de Corral en Grazia
Quaroni. Of er voldoende aandacht wordt verworven van het geïnteresseerde
publiek, is voor mij de vraag. Ik zie zelden dat vanuit bedrijfscollecties
tentoonstellingen elders worden gepromoot. Sacha Tanja vertelt ons dat
zij delen van haar collectie in grote en kleine musea tentoonstelt. Ik
neem onmiddellijk aan dat de lokale of regionale pers daarover schrijft,
maar ik heb nog nooit iets in de kunstpagina's van de landelijke kranten
gezien dat met NMB of ING te maken heeft. Dat vind ik jammer, want ik
denk dat dat een extra mogelijkheid is om het communicatief vermogen van
die collecties te vergroten. Een recent voorbeeld waarbij dat wel gebeurt,
is de Peter Stuyvesant Stichting. Vandaag (23 oktober 1997) zal een tentoonstelling
worden geopend in Zevenaar en daar wordt zowel lokaal als landelijk voor
geadverteerd. Dit is een voorbeeld van het verbreden van een collectie.
Je kunt hier verder mee gaan. Met Dirk Noordman ben ik het eens dat het
gebruik van de collectie voor produktreclame niet mogelijk is. Ik acht
het echter wel mogelijk om in de corporate communicatie delen van de collectie
of individuele werken of de collectie als totaliteit te betrekken.
Integratie
van de collectie in het communicatiebeleid is zeker in Nederland aan de
orde. Erik Hermida heeft al in zijn inleiding gezegd, dat hij wordt benaderd
door bedrijven die geadviseerd willen worden bij hun kunstaankopen en
hiervoor bepaalde criteria, hun missiestatements, noemen. Kunnen deze
criteria echter wel de input vormen voor de aan te schaffen of bij te
sturen collectie? Ik betwijfel dat. Je komt dan namelijk onvermijdelijk
terecht in het idioom van klantvriendelijk, betrouwbaar, solide maar toch
flexibel. Groot, leidend, wereldwijd, maar toch lokaal en dichtbij. Menselijk,
karaktervol, zelfverzekerd, maar niet arrogant. Ambitieus, groeiend, toch
hechtend aan traditie. Eerlijk, verzekerd (dat betekent dat ze een volle
dochter zijn van een groot concern), maar toch onafhankelijk. Zakelijk,
onderzoekend, nieuwsgierig, breed maar ook smal. Groot maar niet log.
Verantwoordelijk, zorgzaam, creatief, moedig, enthousiast etc. etc. Zulke
termen zeggen dus helemaal niks, omdat er altijd veel te veel tegelijk
bij elkaar staat in die corporate missies. Een voorbeeld is het missiestatement
van Canon Europe. Hierin staat: Canon is vriendelijk, warm, hartelijk,
vlot, menselijk, grappig, dynamisch en intelligent. Al deze woorden zijn
zeer persoonlijk, ze moeten een persoon maken, maar dit soort mensen bestaat
in werkelijkheid niet. Deze combinatie van eigenschappen bestaat niet.
Daarmee zou je moeten werken bij het bouwen van een collectie? Erik Hermida
is van mening dat dat kan, maar ik ben huiverig met name voor de kwaliteit
van de collectie.
Het
gebruik van die missie statements is geen nieuwe ontwikkeling, want ze
worden ook ingeleverd als er een reclamecampagne of een communicatieplan
moet worden opgesteld. Externe adviseurs worden hiermee geconfronteerd
en moeten de identiteit van het bedrijf zoals het die wil overbrengen,
omzetten in een reclamecampagne. Dat is een enorme worsteling, die eigenlijk
al intern begint. Want hoe zet je deze begrippen, die van hogerhand zijn
gedefinieerd, om in gedrag? Hoe krijg je de mensen levend naar de lijnen
van die corporate statements? Dat is een heel gevecht. Ik kan me overigens
voorstellen dat een omlijnde kunstcollectie daarbij een rol zou kunnen
spelen. Als je eigenschappen kunt herkennen in de kunstwerken die om je
heen hangen, met een goede communicatie daar omheen, denk ik dat een collectie
kan helpen om de missie intern helder te krijgen. Dat gedrag moet dan
naar buiten uitgedragen worden en daarbij speelt de taalvorming van de
communicatie een grote rol. Dat is een creatief pro-bleem voor externen.
Het reclamebureau komt dan met campagnes als: "Denk vrij, denk Aegon".
Ik zie prachtige paarden, die de ketenen verbreken, maar wat dat te maken
heeft met mijn polis, ontgaat mij. Andere voorbeelden zijn: "Durf
te leven" waarbij een jongetje niet van de duikplank durft te springen,
reclame voor AMEV. Hier bij ING krijg je te maken met een collectiebeleid
zoals uiteen is gezet door Sacha Tanja en dat op integere gronden is gebaseerd.
De uitstraling van ING op televisie en in commercials en advertenties
staat daar diametraal tegenover. Het is niet een figuratieve en enigszins
rustige vorm van adverteren, conform de uitstraling van de collectie,
maar een vorm waar je half epileptisch van wordt, waar de snelwegen over
elkaar heen flitsen en nog net een hand voor de ogen gebracht kan worden
voor het zicht op de toekomst, 'Ongetwijfeld ING', maar heel anders dan
de collectie. Het is ook heel lastig vanwege de veranderende identiteit
van de ondernemingen. In deze tijden waarin de ene fusie op de andere
volgt, moet je je als werknemer bijvoorbeeld afvragen waar je werkt. Je
wordt wakker bij Kleinveld Kraaienhof, staat op bij KKC, vervolgens dut
je even en is het KPMG en als je net aan die stijl bent gewend, heet je
ook opeens Moret Ernst & Young. Dat is haast niet meer te bevatten.
Bovendien is het ook moeilijk om steeds weer een nieuwe identiteit op
te bouwen die dan als input voor een collectie moet dienen.
Wat
voor problemen levert het nog meer op in de praktijk? Kunnen conservatoren
en curatoren wel samenwerken met reclamemensen die campagnes maken? Ik
heb daar erge twijfels over omdat het volledig andere werelden zijn. Reclamemensen
hebben hun eigen beeldtaal, hun eigen manier van op ideeën komen
en bovendien houden ze erg van zichzelf en van de onderscheidingen die
ze kunnen winnen. Conservatoren zijn geheel anders van aard, ze gaan uit
van museale kenmerken, waarden, normen en criteria. Soms zijn ze in staat
daar zeer beeldend over te spreken en uitstekende gedachten aan te reiken,
maar vaak is dat niet het geval. Reclamemakers van hun kant hebben in
doorsnee weinig affiniteit met kunst. Dus denk ik dat het een heel groot
probleem zou worden om die twee bij elkaar te brengen. Zoals het in de
loop der jaren al een groot probleem is geweest, en nog steeds is, om
grafisch ontwerpers en reclamemakers bij elkaar te brengen of om vrije
fotografen en reclamefotografen samen te brengen. De conservator van het
Stedelijk Museum, afdeling fotografie, heeft laatst en public gezegd dat
in het Stedelijk Museum geen reclamefoto binnenkomt, daarmee volledig
voorbijgaand aan de kwaliteit van reclamefoto's of aan het feit dat kunstfotografen
ook reclamefoto's maken. Er is dus sprake van een spanningsveld. Ik verwacht
dit spanningsveld ook als je de collectie verder probeert te integreren
en onder te brengen in corporate advertising.
De
mogelijkheid die ik op korte termijn wel voor me zie, is het gebruik van
individuele kunstwerken uit de collectie in de corporate communicatie.
Je kunt werken uit de collectie halen die overbrengen wat de onderneming
wil uitdragen in termen van eigenschappen en identiteit. Ik denk dat er
prachtige kunstwerken aanwezig zijn waarmee je aan kunt geven dat je betrouwbaar
bent of onderzoekend of zorgzaam of ambitieus. Je kunt ook kunstenaars
opdracht geven of werk kopen volgens de corporate statements. Je moet
echter wel oppassen dat zo'n kunstwerk geen illustratie wordt: het moet
wel kunst blijven.
Maake een keuze uit
de volgende sprekers:
Erik
Hermida, Onderneming & Kunst
Dirk Noordman, Organisatieadviseur
Sacha Tanja, ING Groep
Rosemary Harris, NatWest Group
Grazia Quaroni, Fondation Cartier
Maria de Corral, Fundación "La Caixa"
Paul Mertz, Communicatieadviseur
|

|